Donderdag 10 oktober

Mal 3, 13-20a. Triomf van de rechtvaardigen op de dag die gaat komen

13Uw woorden ergeren Mij, zegt Jahwe. Gij vraagt: ‘Wat was er in onze gesprekken dan tegen u gericht?’ 14Gij hebt gezegd: ‘Het is zinloos God te dienen. Wat winnen wij ermee, dat wij zijn geboden onderhouden en voor Jahwe van de machten in boetekleren lopen? 15Het is immers zo, dat wij degenen die God trotseren gelukkig prijzen; degenen die kwaad doen gaat het voor de wind en degenen die God verzoeken brengen het er goed af.’ 16Toen spraken degenen die Jahwe vrezen met elkaar. En Jahwe heeft geluisterd en het gehoord. En voor zijn aangezicht werd een gedenkschrift opgesteld aangaande hen die Jahwe vrezen, hen die zijn naam eerbiedigen. 17Zij zullen mijn eigendom zijn, zegt Jahwe van de machten, op de dag, die Ik ga maken. Dan zal Ik hen sparen, zoals een man zijn zoon spaart, wanneer die hem dient. 18Dan zult gij opnieuw het verschil zien tussen de rechtvaardige en de boosdoener, tussen degene die God dient en degene die Hem niet dient. 19Want weet wel: hij gaat komen, de dag, die zal branden als een oven. Al degenen die God trotseren en al degenen die kwaad doen, zij worden kaf. De dag die gaat komen, steekt hen in brand – zegt Jahwe van de machten – de dag, die wortel noch tak van hen overlaat. 20Maar voor u, die mijn naam vreest, gaat dan de zon van de gerechtigheid op, die met haar vleugels genezing brengt.

De profeet Maleachi – wiens naam betekent “de Heer is mijn engel” – leefde in de zesde eeuw v.C., de tijd van de hervorming van Nehemia. In zijn directe stijl die de dialoog met zijn toehoorders aangaat, zoals blijkt uit de lezing van vandaag, wil hij het volk van Israël opnieuw oproepen om de situatie die het beleeft aandachtig te lezen in het licht van Gods woord. Want het woord van God verlicht de tijd als het volk inderdaad ook naar dat woord luistert. Want als het vertouwen in dat woord onder de gelovigen verzwakt, lijkt het immers dat het de hoogmoedigen en de gewelddadigen voor de wind gaat: “Het is zinloos God te dienen. Wat winnen wij ermee, dat wij zijn geboden onderhouden en voor de Heer van de machten in boetekleren lopen? Het is immers zo, dat wij degenen die God trotseren gelukkig prijzen; degenen die kwaad doen gaat het voor de wind en degenen die God op de proef stellen brengen het er goed af” (14-15). Maar op dit wantrouwen van de gelovigen antwoordt de Heer niet met dreigende straffen, maar veeleer met begrip. “Voor zijn aangezicht werd een gedenkschrift opgesteld aangaande hen die de Heer vrezen, hen die zijn naam eerbiedigen” (16). Aan het einde der tijden zullen de rechtvaardigen als “eigendom” van Hem beschouwd worden, diegenen die Hem toebehoren. Op de dag die Hij zal maken wordt het verschil zichtbaar “tussen de rechtvaardige en de boosdoener” (18). “Voor de rechtvaardigen gaat de zon van de gerechtigheid op, die met haar vleugels genezing brengt” (19). In die zon die opgaat, leest de christelijke traditie de geboorte van Jezus, die de duisternis verlicht en die de macht van het kwaad aan banden legt.

Gebed voor de kerk

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s