Woensdag 21 augustus

Re 9, 6-15. Persoonlijke ambities en afgoderij doen de verhouding met God verslappen

6 Toen kwamen alle burgers van Sichem en Bet-Millo bijeen bij de terebint van Sichem en zij riepen daar Abimelek tot koning uit.DE FABEL VAN JOTAM
7Dit werd aan Jotam verteld en hij ging op de top van de berg Gerizim staan en schreeuwde luid: 
‘Burgers van Sichem, luister naar mij, dan luistert God naar u. 
8 Eens gingen de bomen eropuit om iemand tot koning te zalven. 
Ze vroegen aan de olijfboom: 
“Wilt u koning over ons worden?” 
9 Maar de olijfboom antwoordde: 
“Moet ik dan ophouden met mijn olie te geven, waar goden en mensen mij 
om eren en moet ik boven de andere bomen gaan zweven?” 
10 De bomen vroegen aan de vijgenboom: “Wilt u koning over ons worden?” 
11 Maar de vijgenboom antwoordde: 
“Moet ik dan ophouden met mijn zoete en heerlijke vruchten te geven 
en moet ik boven de andere bomen gaan zweven?” 
12 Daarop vroegen de bomen aan de wijnstok: “Wilt u koning over ons 
worden?” 
13 Maar de wijnstok antwoordde: 
“Moet ik dan ophouden met mijn sap te geven, dat goden en mensen verblijdt, 
en moet ik boven de andere bomen gaan zweven?” 
14 Daarop vroegen alle bomen aan de doornstruik: 
“Wilt u koning over ons worden?” 
15 En de doornstruik antwoordde: 
“Als u mij werkelijk tot koning wilt zalven, 
kom dan maar schuilen onder mijn schaduw. 
Wilt u dat niet, dan zal er van de 
doornstruik een vuur uitgaan, 
dat zelfs de ceders van de Libanon verteert.” 

Dit is een zeer verwarrende periode in de geschiedenis van Israël. Het volk laat zich leiden door persoonlijke ambities en afgoderij en is hierdoor verzwakt. Abimelek, de zoon van Jerubbaäl, die zichzelf tot koning uitgeroepen heeft zonder dat hij daartoe door God geroepen is, toont hoe verdorven de situatie geworden is. Abimelek gaat naar Sichem, naar de broers van zijn moeder, om hen ervan te overtuigen dat hij tot hun familie behoort. Maar het is niet de bloedband die telt, maar of je verbonden bent met de wil van God. Abimelek doodt zijn eigen broers, niet omdat ze God verraden hadden, maar om te tonen hoeveel macht hij heeft. Jotam, de jongste zoon van Gideon, was aan de slachtpartij ontkomen en begint te schreeuwen tegen Abimelek. Zijn woorden geven de profetische stem weer die Abimelek veroordeelt, maar hij richt zich ook tot degenen die hem verkozen hebben: hij kondigt aan dat hun straf nakend is. Jotam spreekt over drie bomen die veel voorkomen in deze streek: de olijfboom, de vijgenboom en de wijnstok. De moraal van het verhaal is dat het zonde zou zijn als deze drie bomen, die hun nut bewijzen op het veld, koning zouden worden. Dat zou misplaatst zijn. Ze doen alsof ze belangrijk zijn, maar tonen hun zwakte en hun dwaasheid. Als een doornstruik, die helemaal geen kennis van zaken heeft, koning wordt, wordt duidelijk hoe gevaarlijk dat kan zijn. Het aanbod om in zijn schaduw te komen schuilen, is bittere ironie. Een doornstruik is immers zeer licht ontvlambaar en zou zelfs zomaar de ceders van de Libanon, de meest majestueuze van alle bomen uit het Midden-Oosten, kunnen bedreigen. Verder in de tekst komt de vijandschap tussen Abimelek en de burgers van Sichem nog aan bod. Die laatsten lokken Abimelek in een hinderlaag en ontketenen zo een spiraal van geweld uit. Abimelek wil wraak nemen en de stad vernielen door er zout over te strooien. Maar hij komt op trieste wijze aan zijn einde: hij raakt gewond door een vrouw die de stad verdedigt. Geweld roept steeds nieuw geweld op. En wie geweld gebruikt, wordt er uiteindelijk zelf slachtoffer van.

Gebed met de heiligen

Advertenties