Zaterdag 17 augustus

Joz 24, 14-19. De vergadering van Sichem

14 Vrees dus de heer en dien Hem oprecht en trouw. Doe de goden weg die uw voorouders aan de overkant van de Rivier en in Egypte hebben vereerd, en wees dienaren van de heer. 15 Als u de heer niet verkiest te dienen, kies dan nu wie u wel wilt dienen: de goden die uw voorouders aan de overkant van de Rivier hebben vereerd, of de goden van de Amorieten, van wie u nu het land bewoont. Ik en mijn familie, wij dienen de heer.’ 16 Het volk antwoordde: ‘Wij denken er niet aan de heer te verlaten en andere goden te dienen. 17 De heer onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid, uit het slavenhuis. Hij heeft voor onze ogen grote tekenen verricht en ons beschermd op al onze tochten, en tegen alle volken waarmee wij in aanraking kwamen. 18 De heer heeft al die volken voor ons verdreven, evenals de Amorieten die dit land bewonen. Ook wij willen de heer dienen, Hij is onze God.’ 19Toen zei Jozua tegen het volk: ‘U zult niet in staat zijn de heer te dienen, want Hij is een heilige God, een jaloerse God, die uw overtredingen en zonden niet vergeeft. 

Israël staat voor een plechtige keuze aan het eind van een nieuwe etappe in zijn geschiedenis, nu het eindelijk zelf het land in handen heeft dat de Heer aan de vaderen had beloofd. Het gaat erom of ze de Heer of andere goden zullen “dienen”. Israël bevindt zich in een land met veel afgoden. In Palestina leefden verschillende volkeren samen, zoals in heel het Nabije Oosten in die tijd, van Mesopotamië tot Egypte, en elk volk had zijn eigen goden. “Dienen” betekent je onderwerpen, luisteren, afhankelijk zijn van iemand. Dat is een sleutelwoord in de keuze die Israël moet maken. Je kan immers niet onverschillig of onzeker blijven tegenover het woord van God. In een wereld waar men vaak kiest in functie van de publieke opinie of waar keuzes steeds opnieuw uitgesteld worden, is het belangrijk om wél een keuze te maken. Jozua confronteert Israël met het feit dat God hen bevrijd heeft, wat Israël in zijn antwoord ook erkent, wat een onontbeerlijke voorwaarde is voor deze keuze: “De Heer onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid, uit het slavenhuis. Hij heeft voor onze ogen grote tekenen verricht en ons beschermd op al onze tochten”. Niet vergeten dat God ons liefheeft is de voorwaarde om ons geloof te vernieuwen en ons leven in de handen van de Heer te leggen, om hem te “dienen” en om te niet in te gaan op de lokroep van de afgoden die ons verhinderen te groeien in menselijkheid en geloof. Daarom willen ook wij vandaag ons verbond met Hem vernieuwen en aan de liefdevolle Heer zeggen: “De Heer onze God willen wij dienen en naar zijn stem willen wij luisteren”. Moge dat onze keuze zijn wanneer wij naar zijn woord luisteren, dat onze stappen verlicht.

Gebed op de vigilie 

Advertenties