Maandag 12 augustus

De moslims vieren vandaag het Offerfeest (Aid al-Adha).

Dt 10, 12-22. Besnijd de voorhuid van uw hart

12Welnu dan Israël: wat verlangt Jahwe uw God anders van u dan dat gij Hem vreest en zijn wegen gaat, dat gij Hem bemint en dient met heel uw hart en heel uw ziel, 13dat gij de geboden van Jahwe onderhoudt en de voorschriften die ik u heden geef? Dan zult gij gelukkig zijn. 14Zie, aan Jahwe uw God behoren de hemel, de hemel der hemelen en de aarde met al wat erop is; 15maar alleen met uw vaderen heeft Jahwe zich verbonden, omdat Hij hen liefhad, en uit alle volken heeft Hij u, hun nakomelingen, uitverkoren. Zo is het heden.16Besnijd dan de voorhuid van uw hart en blijf niet langer hardnekkig. 17Jahwe uw God is de God der goden en de heer der heren, de grootste, de machtigste, de verhevenste God die, niemand naar de ogen ziet en die zich niet laat omkopen; 18die recht doet aan weduwen en wezen, en die aan vreemdelingen zijn liefde bewijst door hun voedsel en kleding te schenken. 19Ook gij moet de vreemdeling uw liefde bewijzen, want zelf zijt gij vreemdelingen geweest in Egypte. 20Jahwe uw God zult gij vrezen, Hem dienen, Hem aanhangen en bij zijn naam uw eden afleggen. 21Hem moet gij loven, Hij is uw God, die voor u in Egypte zulke grote, indrukwekkende dingen heeft gedaan, zoals gij met eigen ogen hebt gezien. 22Met zeventig man zijn uw vaderen naar Egypte getrokken en nu heeft Jahwe uw God u even talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.

In deze passage nodigt Mozes het volk Israël uit om niet langer het gouden kalf te vereren – de zonde die op de vorige bladzijde beschreven staat – en om hun hart enkel op de Heer te richten. Hij heeft Israël bevrijd uit de slavernij van de farao van Egypte. Hij heeft de Rode Zee doen opengaan. Hij heeft het volk beschermd en gevoed met manna in de woestijn. Nu gaan ze het land binnen waar Hij hen heen geleid heeft. En opnieuw is het de Heer die hun voedsel en steun biedt voor de komende tijd. Mozes stelt Israël de vraag: “Welnu Israël, wat verlangt de Heer uw God anders van u dan dat u Hem vreest en zijn wegen gaat, dat u Hem bemint en dient met heel uw hart en heel uw ziel, dat u de geboden van de Heer onderhoudt en de voorschriften die ik u vandaag geef?” (12-13). Zo’n liefde kan je enkel beantwoorden met een even grote liefde. Daarvoor moet je “de voorhuid van je hart besnijden en niet langer hardnekkig blijven”. Je moet dus de koppigheid en de hoogmoed wegsnijden uit je hart, anders kan de Heer er geen nieuwe gevoelens in leggen. Als je zijn werk in je leven ontvangt, als je toelaat dat zijn Geest in je hart leeft, dan ga je op weg met een grenzeloze liefde, dan laat je je door de armen raken en volg je het voorbeeld van de Heer: “die niemand naar de ogen ziet en die zich niet laat omkopen. Hij doet recht aan weduwen en wezen, en aan vreemdelingen bewijst Hij zijn liefde, door hun voedsel en kleding te schenken”. In de passage over de vreemdeling wordt bijzonder sterk ingezet op de liefde: je moet de vreemdeling niet alleen gerechtigheid geven, je moet hem liefhebben. De voorkeursliefde voor de zwakken is van op de eerste bladzijden van de Schrift aanwezig, om te benadrukken dat Hij er voor de armen is. Israël moet de vreemdeling liefhebben, zoals hen gevraagd wordt om God lief te hebben. 

Gebed voor de armen 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s