Vrijdag 14 juni

2 Kor  4, 7-15. Een evangelie in aarden potten

7Maar wij dragen deze schat in aarden potten, en zo blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons. 8 Van alle kanten worden wij belaagd maar we zitten niet in het nauw; we zijn radeloos maar niet ten einde raad; 9 we worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten; neergeveld maar niet gedood. 10 Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbaart. 11 Voortdurend worden wij tijdens ons leven aan de dood uitgeleverd omwille van Jezus, opdat ook het leven van Jezus zich in ons sterfelijk bestaan openbaart.12 Zo is de dood aan het werk in ons, en het leven in u. 13Maar wij bezitten die geest van geloof waarover geschreven staat: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken. Ook wij geloven en daarom spreken wij. 14 Want wij weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt, ook ons met Jezus ten leven zal wekken en ons naar zich toe zal voeren, samen met u. 15Want alles gebeurt voor u, opdat de genade onder steeds meer mensen verbreid raakt en zij de dankbaarheid doet toenemen, tot eer van God. 

Paulus heeft als taak  om het mysterie van Christus aan de wereld te verkondigen. Hij is zich bewust van zijn eigen en van onze zwakheid. Daarom bevestigt hij: “Wij dragen deze schat in aarden potten”. Jezus heeft zijn evangelie toevertrouwd aan de arme handen van de leerlingen, aan zijn arme gemeenschap. Het contrast tussen de rijkdom van het evangelie en de armoede van de leerlingen toont overduidelijk dat de autoriteit en de kracht van dat ambt niet van de mensen komen, van hun eigen kracht, hun eigen capaciteiten of strategieën, maar van God. In dat licht beziet de apostel ook zijn eigen leven. Hij begrijpt dat hij ondanks de beproevingen, de bedreigingen, de gevaren en de moeilijkheden nooit door God verlaten is. Juist in de zwakte van zijn leven openbaart zich “het leven van Jezus”. Paulus herkent zich in de vervolging en de verlatenheid van. Het geloof maakt de leerling ook in tijden van tegenstand en tegenspoed sterk. Daarom trekt Paulus zich niet terug wanneer hij moeilijkheden en gevaren tegenkomt. Hij blijft het evangelie aan allen verkondigen: “Ook wij geloven en daarom spreken wij”. Wij leerlingen van de Heer, bekleed met de kracht van het geloof, zijn geroepen om de Heer Jezus aan iedereen te verkondigen door ons leven: daarin – in ons arme leven – moet het leven van Jezus schitteren. Daarom mogen we het woord van God niet hinderen. Het moet het hart van de mensen bereiken. De apostel roept ons op om de moed niet te verliezen tegenover de zwakte en het kwade dat ons leven en het leven van de wereld treft. Als we ervaren dat ons lichaam zwakker wordt, moeten we ons inzetten opdat de “innerlijke mens”, de spirituele mens, zich dagelijks vernieuwt. Het lijden van vandaag, vooral het lijden dat ons treft omwille van het evangelie, valt niet te vergelijken met de  verheerlijking waarin wij zullen delen (cf. Rom 8, 18).

Gebed van het heilig kruis

Advertenties