Woensdag 12 juni

2 Kor 3, 4-11. Paulus verdedigt zijn ambt

4 Zo groot is ons godsvertrouwen, dankzij Christus. 5 Nogmaals, dit betekent niet dat wij van onszelf bekwaam zijn, zodat wij iets als ons werk in rekening kunnen brengen. Heel onze bekwaamheid komt van God. 6 Hij is het die ons bekwaam heeft gemaakt om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet van de letter maar van de Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. 7 Welnu, als de dienst van de dood, met letters op stenen gegrift, al met zo’n heerlijkheid gepaard ging dat de Israëlieten niet konden opzien naar het gelaat van Mozes wegens de luister die ervan uitstraalde – overigens zou die weldra weer verdwijnen – 8 hoeveel te heerlijker moet dan de dienst van de Geest zijn! 9 En als de dienst die tot veroordeling leidt, al luisterrijk was, hoeveel te meer dan de dienst die tot gerechtigheid voert! 10 Van heerlijkheid kan eigenlijk geen sprake zijn als die heerlijkheid verbleekt bij deze allesovertreffende heerlijkheid. 11 Als wat verdwijnen zou al met heerlijkheid gepaard ging, hoeveel te meer geldt dit dan voor het blijvende.

Paulus heeft nog nooit zo over zichzelf moeten spreken als in deze brief. Hij doet dat niet uit geldingsdrang, maar omdat hij wil dat de gemeente van Korinte verbonden blijft met het evangelie.  Hij voegt eraan toe: “voor iedereen te zien en te lezen” (2). Je zou kunnen zeggen dat de manier van leven van de gemeente zelf de duidelijkste brief is die de kracht van het evangelie toont. Ze is geworteld in de overtuiging van Gregorius de Grote: “De schrift groeit met wie haar leest”. De “echte” schrift, de echte “brief van Christus” aan de wereld is de levende gemeenschap. De gemeenschap die het evangelie in praktijk brengt, toont de kracht van het woord dat door de Geest in het hart van de gelovigen gegrift wordt. De band tussen de verkondiging van het evangelie en het hart van de luisteraar hangt niet af van de vaardigheid van degene die het evangelie verkondigt, maar van de Geest. Paulus schreef dat al aan zijn eerste brief aan de gemeente van Korinte: “Bovendien voelde ik mij toen zwak, onzeker en angstig. Het woord dat ik u verkondigde, overtuigde niet door geleerde woorden, maar het getuigde van de kracht van de Geest” (1 Kor 2, 3-4). Uit de woorden van de apostel stijgt de vurige liefde op waarmee hij het woord van God heeft verkondigd opdat het hun hart zou raken en zij de onderrichtingen van Jezus volgen. De apostel heeft jaren van zijn leven gezwoegd om het evangelie te verkondigen. Hij eist daarom het vaderschap van deze gemeenschap op en maant hen aan om zich niet af te laten leiden van het fundament van het evangelie dat hij zelf gelegd heeft. De apostel herleest Gods openbaring aan Mozes op de berg Sinai en vergelijkt de openbaring van de wet op de stenen tafelen met de openbaring van het evangelie dat in het hart gegrift moet worden. De verkondiging van het evangelie komt van de Geest en gaat veel dieper dan de voorgaande prediking. De nieuwe wet moet in het hart van de mensen gegrift worden opdat het niet langer een hart van steen maar van vlees is. “De letter doodt, maar de Geest maakt levend”.

Gebed met de heiligen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s