Dinsdag 11 juni

Feest van de apostel Barnabas, gezel van de apostel Paulus naar Antiochië en op diens eerste apostolische reis.

Hnd 11, 21-26. Stichting van de kerk in Antiochië

21 De Heer stond hen ter zijde: een groot aantal mensen kwam tot geloof en bekeerde zich tot de Heer. 22 Berichten over hen kwamen de gemeente in Jeruzalem ter ore en men stuurde Barnabas naar Antiochië. 23 Toen hij daar zag hoezeer God hen begunstigde, verheugde hij zich, en hij spoorde iedereen aan om met hart en ziel trouw te blijven aan de Heer, 24 want hij was een voortreffelijk man, vol heilige Geest en geloof. Een grote groep sloot zich aan bij de Heer. 25 Daarna vertrok hij naar Tarsus om Saulus te zoeken.26 Toen hij hem gevonden had, nam hij hem mee naar Antiochië. Een vol jaar lang maakten zij deel uit van de gemeente en gaven ze onderricht aan een grote groep mensen. Het was ook in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.

Vandaag houdt de kerk de gedachtenis van Barnabas. Hij werd geboren in Cyprus en leefde in Jeruzalem, waar hij het evangelie had omhelsd en een voorbeeldige leerling was geworden. Hij had al zijn bezittingen verkocht en de opbrengst neergelegd aan de voeten van de apostelen. Het waren dan ook de apostelen die hem naar Antiochië zonden, derde stad van het Romeinse rijk. Daar was het evangelie verkondigd, niet alleen aan de joden maar ook aan de heidenen. Voor het eerst telde een christelijke gemeenschap niet uitsluitend leerlingen van joodse afkomst. De apostelen kozen Barnabas om te helpen bij de organisatie van deze nieuwe en veelbelovende gemeenschap. In deze stad werden de leerlingen van Jezus voor het eerst ‘christenen’ genoemd, waarschijnlijk omdat ze door de sterke toevloed van heidenen in de gemeenschap voor grote verschillen met de joden zorgden. Eén van de grote steden van het keizerrijk zag in haar complex en bewogen leven een nieuw licht dat hoop gaf aan velen. Barnabas verneemt de bekering van Paulus en nodigt hem naar Antiochië uit om er te getuigen van zijn ingrijpende ontmoeting met Christus. Barnabas gaat met Paulus ook naar Jeruzalem om hem aan de andere apostelen voor te stellen en om de prediking te verdedigen van het evangelie aan de heidenen zonder hen tot de besnijdenis te verplichten. Samen met Paulus onderneemt hij de eerste grote apostolische reis. Ze worden vergezeld door zijn neef Johannes Marcus, de jonge getuige van het lijden van de Heer. De christelijke gemeenschap laat zich door de heilige Geest over haar gangbare grenzen heen leiden om het evangelie te verkondigen tot aan de grenzen van de aarde. Die christenen overwinnen de altijd – ook in onze dagen – weerkerende bekoring om op zichzelf terug te plooien, om zich op te sluiten binnen de eigen grenzen en alleen zichzelf als toetssteen te hanteren. Ze blijven trouw aan de oproep van Jezus om het evangelie aan alle schepselen te verkondigen tot aan de uiterste randgebieden van de mensheid. Zo zetten zij de zending van Jezus zelf verder. De opdracht om het evangelie te verkondigen ontstaat in de kerk niet als een menselijk project of vanuit het verlangen om uit te breiden. Het is de Geest van de Heer – Hem die Jezus beloofd had aan de apostelen en aan allen die Hem volgen – die de leerlingen van alle tijden drijft om de wegen van de wereld en van het hart te doorkruisen om het evangelie van de liefde te verkondigen. Ook vandaag moeten de christelijke gemeenschappen leren luisteren naar de Geest om de stem te horen die zegt: “Stel Mij Barnabas en Saulus ter beschikking voor de taak waarvoor Ik hen heb geroepen” (Hnd 13, 2). Ieder kan deze uitnodiging van de Heer op zichzelf toepassen, want elke leerling is gezonden.

Gebed van de twaalf apostelen

Advertenties