Zaterdag 1 juni

Hnd 18, 23-28. Het optreden van Apollos

23 Hij bleef daar enige tijd en ging er toen weer opuit; hij trok achtereenvolgens door de landstreek Galatië en door Frygië, en sterkte er alle leerlingen. 24Intussen was Apollos, een Alexandrijnse Jood, in Efeze aangekomen; het was een welsprekend man, doorkneed in de Schriften. 25 Hij was onderwezen in de weg des Heren en verkondigde geestdriftig en nauwkeurig de leer over Jezus, ook al kende hij alleen de doop van Johannes. 26 Hij begon vrijmoedig op te treden in de synagoge. Toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen ze hem met zich mee en zetten hem de weg van God nog nauwkeuriger uiteen. 27 Toen hij door wilde reizen naar Achaje, schreven de broeders een brief aan de leerlingen met het dringende verzoek hem goed te ontvangen. Daar bleek hij de mensen die door Gods gunst gelovig geworden waren, tot grote steun te zijn, 28 want krachtig weerlegde hij in het openbaar de Joden door vanuit de Schriften aan te tonen dat Jezus de Messias is.

Apollos wordt maar één keer in de Handelingen vermeld. Paulus spreekt over hem in zijn eerste brief aan de Korintiërs, geschreven in Efeze op zijn derde reis en dus na de activiteiten van Apollos onder de christenen van Korinte. Het beeld dat Paulus van hem in die brief oproept, stemt overeen met wat er gezegd wordt in deze passage van Handelingen: Apollos is een “welsprekend man”, “doorkneed in de Schriften” die enthousiast het evangelie verkondigt. Maar we weten ook dat Apollos oorzaak van bezorgdheid is voor de apostel omdat er twee partijen ontstaan zijn onder de christenen van Korinte: een groep die partij trekt voor Paulus en een andere die voor Apollos kiest. De apostel is bezorgd over de onenigheid die deze polarisatie in de christelijke gemeenschap dreigt teweeg te brengen en komt vastbesloten tussenbeide om te vermijden dat de scheiding nog groter wordt. Hij schrijft aan de christenen van Korinte: “Wat zijn Apollos en Paulus eigenlijk? Niet meer dan dienaren die u geholpen hebben om tot het geloof te komen, en wel ieder op zijn eigen manier, zoals de Heer het ons vergund heeft: ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei” (1 Kor 3, 5-6). En hij voegt eraan toe: “Broeders en zusters, ik heb dit op mij en Apollos toegepast omwille van u, opdat u van ons leert dat men niet de ene persoon mag verheerlijken ten koste van de andere” (1 Kor 4, 6). Het is belangrijk om de hartstocht van Paulus voor de eenheid van de christelijke gemeenschap te begrijpen. In zijn brief prijst hij de verkondiging van Apollos, maar hij waarschuwt de christenen ook voor de hoogmoed die altijd op de loer ligt en die een gif wordt dat verdeeldheid brengt en de gemeenschap kan vernietigen. Het gebaar van Priscilla en Aquila, die Apollos in hun huis ontvangen, is betekenisvol want het helpt hem om de evangelische boodschap beter te verstaan. Het is immers noodzakelijk om deel te nemen aan het leven van de gemeenschap om de diepe waarheid van het evangelie te kunnen begrijpen.

Gebed op de vigilie

Advertenties