Woensdag 30 januari

Herinnering aan de dood van Gandhi, vermoord in 1948 in New Delhi. Met hem gedenken we allen die, in naam van de geweldloosheid, bewerkers van vrede zijn.

Heb 10, 11-18. De werkzaamheid van Christus’ offer

11 Verder verricht iedere priester dagelijks staande de dienst en draagt hij telkens weer dezelfde offers op, die nooit de zonden kunnen wegnemen. 12 Hij daarentegen is voor altijd gezeten aan de rechterhand van God, na één enkel offer voor de zonden te hebben gebracht, 13nog slechts wachtend op het ogenblik dat zijn vijanden als een voetbank voor zijn voeten worden gelegd. 14 Want door één offer heeft Hij voor altijd hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht. 15 We hebben hiervoor ook het getuigenis van de heilige Geest. Eerst zegt Hij: 16Dit is het verbond dat Ik met hen zal sluiten na die dagen, zegt de Heer: mijn wetten leg Ik in hun hart en Ik grif ze in hun geest. dat Ik met hen zal sluiten na die dagen, zegt de Heer: mijn wetten leg Ik in hun hart en Ik grif ze in hun geest. dat Ik met hen zal sluiten na die dagen, zegt de Heer: mijn wetten leg Ik in hun hart en Ik grif ze in hun geest. mijn wetten leg Ik in hun hart en Ik grif ze in hun geest. 17 Ik zal hun zonden en ongerechtigheden niet langer gedenken. 18 En waar deze vergeven zijn, is geen zoenoffer meer nodig.

De auteur van de brief aan de Hebreeën benadrukt nogmaals hoe onnuttig de rituele offers zijn om redding te vinden. Hij herinnert er ons aan dat de we geen redding vinden door onze daden of door het naleven van rituele normen. Laat ons goed voor ogen houden hoe het in het christelijk mysterie niet de mens is die naar God opgaat door zijn eigen krachten te gebruiken, maar dat het God is die neerdaalt op aarde om de mensen te redden uit de slavernij. Onze redding is dus het werk van God en van zijn Zoon die ons zodanig heeft liefgehad dat Hij zijn leven voor ons gegeven heeft. Aan ons vraagt Hij om die liefde die tot het kruis reikt te aanvaarden. Onze redding komt van het kruis, en hierin ligt het hoogtepunt van de liefde van God. Er is geen ander hoogtepunt mogelijk voor de liefde. Daarom is het kuis het enige offer. Met die dood heeft Hij de wereld gered. En daarom “is Hij voor altijd gezeten aan de rechterhand van God”. Dit doet ons denken aan wat de apostel Paulus schrijft in de hymne aan de Filippenzen: “… heeft Hij zich vernederd; Hij werd gehoorzaam tot de dood, de dood aan een kruis. Daarom ook heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen staat, opdat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen, in de hemel, op aarde en onder de aarde” (Fil 2, 8-10). Ook de auteur van de brief aan de Hebreeën herinnert zich dat de Heer Jezus, van op de troon van zijn hemelse glorie, wacht op het ogenblik dat “zijn vijanden als een voetbank voor zijn voeten worden gelegd” (cf. Ps 110, 1). Met zijn dood en verrijzenis heeft Hij voor eeuwig de prins van het kwade overwonnen. De verenigde christelijke gemeenschap – in het bijzonder tijdens de viering van de eucharistie, die de viering is van het enige offer van Christus – beleeft deze overwinning. Toch weten we dat we de “volmaaktheid” waartoe we geroepen zijn nog niet bereikt hebben. Maar de weg is definitief uitgestippeld: wie deelheeft aan het “lichaam” van Jezus, heeft de redding reeds bereikt.

Gebed met de heiligen

Advertenties