Zaterdag 12 januari

1 Joh 5, 14-21. Besluit

Ons vertrouwen in God geeft ons de zekerheid dat Hij naar ons luistert, als wij Hem iets vragen overeenkomstig zijn wil. 15 En als wij weten dat Hij naar al ons vragen luistert, mogen wij er ook zeker van zijn dat we krijgen wat we Hem in onze gebeden hebben gevraagd. 16 Als iemand zijn broeder een zonde ziet doen die niet tot de dood voert, moet hij voor zijn broeder bidden, en God zal hem in leven houden, dat wil zeggen: als zijn zonde hem niet doodt. Want er is een zonde die tot de dood voert; hiervoor geldt mijn aansporing om te bidden niet. 17 Maar hoewel elke verkeerde daad zonde is, brengt niet elke zonde de dood. 18 Wij weten dat wie uit God is geboren, niet zondigt; de Zoon van God beschermt hem, en de boze heeft op hem geen vat. 19 Wij weten dat wij bij God horen, terwijl de hele wereld in de macht van de boze is. 20 Wij weten dat de Zoon van God gekomen is, en ons inzicht gegeven heeft om de waarachtige God te kennen, en wij zijn in de waarachtige God, want wij zijn in Jezus Christus, zijn Zoon. Dit is de ware God, dit is eeuwig leven! 21 Kinderen, pas op voor afgoden. 21 Wie gelooft dat Jezus de Messias is, is uit God geboren. Welnu, wie de Vader liefheeft, heeft ook liefde voor wie uit Hem is geboren.

Aan het eind van zijn brief verzekert Johannes de christenen van de vreugdevolle zekerheid dat ze vanaf nu al gered zijn. Dit vaste vertrouwen is gebaseerd op het geloof in Jezus, die elk gebed verhoort en die zelfs, zo schrijft de apostel, onze gebeden al verhoort voordat wij Hem iets vragen. Deze woorden zijn deel van zijn allesomvattende perspectief op de liefde. Hieruit vloeit zijn berisping voort van die broeders die zonde begaan “die niet tot de dood voert”, zonden die het broederlijk leven schade berokkent. Ook voor hen bidden maakt deel uit van de broederlijke vermaning, opdat ze terug keren tot de Heer en tot de gemeenschap met allen. Het oordeel van de apostel over wie op een dodelijke manier breekt met de gemeenschap, is veel ernstiger, zelfs als niet uit de brief kan worden afgeleid dat zo iemand in de steek moet gelaten worden. De Heer Jezus heeft de leerlingen opgedragen om te bidden voor hun vijanden, en het gebed voor allen mag nooit ophouden, ook niet het gebed voor onze vijanden. De apostel roept de christenen op om zich bewust te zijn van de blijvende tegenstand van het kwade tegen de kinderen van God. Maar we moeten niet bang zijn: de Heer beschermt ons; het kwade heeft geen vat op ons. Het enige wat de apostel aan de christenen vraagt is om niet ver van God te zijn, om geen andere goden te hebben aan wie we ons leven wijden, om op te passen voor de afgoden en om ons alleen tot de Heer Jezus te richten, die zo van ons heeft gehouden dat Hij zijn leven heeft gegeven voor ons en voor heel de wereld. Aan het slot van de brief zien we hoe Johannes zich zorgen maakt om het gemak waarmee de afgoden van deze wereld gevolgd kunnen worden. De afgoden camoufleren zich op verschillende wijzen in verschillende tijden. Het zijn zorgen die in heel de Bijbel te horen zijn, reeds in de vraag aan het volk Israël om te kiezen voor God of voor de afgoden van de volkeren. De brief wordt afgesloten met deze cruciale keuze: God of de afgoden van de wereld. In een wereld van conformistische mensen is een christen geroepen om dagelijks de beslissende keuze voor de Heer te maken.

Gebed op de vigilie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s