Woensdag 9 januari

1 Joh 4, 11-18. Als wij elkaar liefhebben, woont God in ons

Geliefden, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. 12 Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons, en is zijn liefde in ons volmaakt geworden. 13 Dit is het bewijs dat wij met Hem verbonden blijven zoals Hij verbonden is met ons: dat Hij ons heeft laten delen in zijn Geest. 14 En wij, wij hebben gezien en wij getuigen dat de Vader zijn Zoon heeft gezonden om de redder van de wereld te zijn. 15 Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is, woont God in hem en woont hij in God. 16 Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en wij geloven in haar. God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem. 17 Hoe volmaakt onze liefde nu al is, zal blijken uit onze vrijmoedigheid op de dag van het oordeel, omdat wij in deze wereld leven zoals Jezus. Liefde laat geen ruimte voor vrees. 18 De volmaakte liefde drijft de vrees uit, want vrees duidt op straf, en wie vreest is niet volgroeid in de liefde.

Johannes schrijft aan de christenen over de motivatie om elkaar lief te hebben: “Als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben”. De onderlinge liefde van de christenen is geen willekeurig soort liefde: ze moet van dezelfde aard, kwaliteit, en hartstocht zijn als de liefde die God voor ons heeft. God is de maat van de liefde, ook van de wederzijdse liefde. Hoe is het mogelijk om die liefde te beleven wanneer nooit iemand God heeft gezien? Johannes voegt hieraan toe: “Als wij elkaar liefhebben, woont God in ons, en is zijn liefde in ons volmaakt geworden”. In de proloog op zijn evangelie schrijft Johannes: “Niemand heeft God ooit gezien, maar de eniggeboren Zoon, die rust aan het hart van de Vader, Hij heeft Hem doen kennen” (Joh 1,18). Jezus heeft ons het gelaat van de Vader geopenbaard. Als we naar Jezus kijken, kunnen we ook zeggen: “Jezus is liefde”. Alles in Hem spreekt van een liefde die geen grenzen kent. In zijn brief blijft de apostel erop aandringen: wanneer we elkaar liefhebben wonen we in God. Hij zegt niet dat we God dan zien, maar dat we dan in God wonen als in een woning, als in een huis. We zullen Hem “van aangezicht tot aangezicht” zien aan het einde der tijden, maar nu al wonen we in Hem. De liefde zelf is het huis waarin we wonen, waarin we geroepen zijn om te wonen. De Geest die de Vader ons gezonden heeft, verbindt ons met Hem en met onze broers en zussen. Als we in deze liefde blijven, die we om niet hebben ontvangen, kunnen we naar zijn woorden leven en elkaar liefhebben. Dit is volmaaktheid. We zijn niet volmaakt omdat we zonder smet zijn, maar omdat we ons hebben laten omhelzen door de liefde van God. Tot slot schrijft Johannes dat deze liefde ons bevrijdt van alle angst. In een wereld vol angst zijn de christenen getuigen van God die een Vader is die van ons houdt, zozeer zelfs dat Hij ons zijn eigen Zoon schenkt.

Gebed met de heiligen

Advertenties