Zondag 6 januari

Feest van de Openbaring van Jezus aan alle volkeren (‘Driekoningen’). De orthodoxe kerken die de gregoriaanse kalender volgen, vieren vandaag het feest van Jezus’ doopsel als het feest van zijn openbaring aan de wereld.

Js 60, 1-6; Ps 72; Ef 3, 2-3.5-6; Mt 2, 1-12

Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, ten tijde van koning Herodes, kwamen er uit het Oosten magiërs in Jeruzalem aan. 2 Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Want wij hebben zijn ster zien opkomen en wij zijn gekomen om Hem te huldigen.’ 3 Toen koning Herodes hiervan hoorde, schrok hij, en heel Jeruzalem met hem. 4 Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen en wilde van hen weten waar de Messias geboren zou worden. 5 Ze zeiden hem: ‘In Betlehem in Judea. Want zo staat het geschreven bij de profeet: 6 Betlehem, land van Juda,
u bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda,
want uit u zal een leider voortkomen,
die herder zal zijn van mijn volk Israël.’
7 Toen riep Herodes de magiërs in stilte bij zich en vroeg nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was.
8 Hij stuurde hen naar Betlehem met de woorden: ‘Ga een nauwkeurig onderzoek instellen naar het kind. Wanneer u het gevonden hebt, laat het mij dan weten; dan kan ook ik het gaan huldigen.’
9 Toen ze de koning aanhoord hadden, gingen ze weg. Opeens ging de ster die ze hadden zien opkomen voor hen uit, tot ze bleef staan boven de plaats waar het kind was.
10 Toen ze de ster zagen, werden ze met buitengewoon grote vreugde vervuld.
11 Ze gingen het huis binnen en zagen het kind met zijn moeder Maria. Ze vielen op hun knieën en huldigden het. Ze haalden hun schatten tevoorschijn en gaven Hem goud, wierook en mirre als geschenk.
12 En omdat ze in een droom gewaarschuwd waren om niet naar Herodes terug te keren, namen ze de wijk en gingen ze langs een andere weg naar hun land terug.

Tijdens de kerstnacht heeft de Heer zich geopenbaard aan de herders, deel van het volk Israël, ook al behoorden ze tot een van de meest geminachte bevolkingsgroepen. Zij waren de eersten die wat warmte brachten in die koude stal van Betlehem. En nu komen er wijzen uit het oosten om ook dit kind te zien. De herders en de wijzen, die zo van elkaar verschillen, hebben iets gemeenschappelijks: de hemel. De herders komen niet in beweging omdat ze zo goed zijn, maar omdat ze niet langer naar zichzelf kijken en hun blik op de hemel richten om de engelen te zien. Ze horen een stem en doen wat hun gezegd wordt. De wijzen op hun beurt, die een andere, rechtvaardigere wereld verwachten, richten hun blik op de hemel en zien een ster. De wijzen sporen ons aan om opnieuw de vreugde te ontdekken van op de ster te vertrouwen. Het is de ster van het evangelie, het woord van de Heer, zoals de psalm zegt: “Uw woord is een lamp voor mijn voeten” (Ps 119, 105). Dit licht leidt ons naar het kind. Als we niet luisteren naar het evangelie, het niet lezen, er niet over mediteren, als we het niet proberen in praktijk te brengen, is het onmogelijk om Jezus te ontmoeten. De wijzen bereikten de plaats waar Jezus verbleef door de ster te volgen. En ze “zagen het kind met zijn moeder Maria. Ze vielen op hun knieën en huldigden het”. Waarschijnlijk is het de eerste keer dat ze voor iemand op hun knieën neervallen. Maar nu kunnen ze verder dan zichzelf kijken, naar het kind, naar de Redder. Samen met Maria, met Jozef en met de herders hebben ook de wijzen begrepen dat de redding erin bestaat in het eigen hart dat zwakke en weerloze kind welkom te heten. En met Hem ook alle zwakke en weerloze mensen.De reactie van Herodes en van de inwoners van Jeruzalem is heel anders. Zodra zij over het kind horen, voelen ze geen vreugde, maar worden ze verontrust en Herodes zelfs in die mate dat hij besluit het kind te laten doden. Het zijn de wijzen die het kind redden en aan de wreedheid van Herodes doen ontsnappen. De wijzen gaan langs een andere weg naar hun land terug. Als je de Heer ontmoet en Hem in je hart welkom heet, kan je niet dezelfde blijven en kan je niet je weg van altijd verder zetten. Je verandert van leven en daarmee ook van gedrag. De wijzen zijn vandaag aan onze zijde, beter, ze lopen voor ons uit, om ons te helpen om onze blik van onszelf af te wenden en hem op de ster te richten. Zij gaan ons voor naar alle voerbakken van de wereld waar de armen en de nederigen liggen. Gelukkig zijn wij als we samen met de herders en met de wijzen pelgrims worden op weg naar dat kind en met liefde voor Hem zorgen. Wij ontdekken dat Hij het zal zijn die voor óns zorgt.

Gebed in de kersttijd

Advertenties