Donderdag 3 januari

1 Joh 2, 29 – 3, 6

Daar u weet dat Hij rechtvaardig is, moet u inzien dat ieder die de gerechtigheid doet, ook uit Hem geboren is. Geliefden, nu al zijn wij kinderen van God, en wat wij zullen zijn is nog niet verschenen; maar wij weten dat, wanneer Hij zal verschijnen, wij aan Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. 3 Wie dit van Hem verwacht, maakt zich rein, zoals Jezus rein is. 4 Wie zonde doet, overtreedt Gods wet, want de zonde ís Gods wet overtreden. 5 En u weet dat Jezus verschenen is om de zonden weg te nemen, en er is in Hem geen zonde. 6 Wie in Hem blijft, zondigt niet; de zondaar heeft Hem niet gezien en kent Hem niet.

Johannes roept de leerlingen op om “gerechtigheid te doen”, dat wil zeggen: in de liefde van God te blijven. De gerechtigheid van God is liefde, omdat God zelf liefde is. De apostel schrijft dat “ieder die de gerechtigheid doet, ook uit Hem geboren is”. De liefde – de agapè – is de essentie van het christelijk leven, omdat het de essentie is van God zelf. Wie leeft in de liefde komt van God, is kind van God. In de proloog van het vierde evangelie lezen we: “Aan degenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven in zijn naam. Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren” (Joh 1, 12-13). De gelovigen zijn niet alleen in naam kinderen van God, maar echt – wanneer ze uiteraard verbonden blijven met Jezus, de eniggeboren Zoon. Johannes beseft dat we hier in het hart zijn van het mysterie van God, en nodigt ons uit om de essentie hiervan voor ogen te hebben: “Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd, en we zijn het ook”. De liefde van God, die redt van de zonde en de dood, maakt de christenen onbegrijpelijk voor de mentaliteit van deze wereld. Er is in het evangelie een onontkoombaar element van onbegrijpelijkheid voor de mentaliteit van de wereld. Het vraagt van de leerlingen een heldhaftig soort getuigenis. In de geschiedenis van de kerk zijn er altijd christenen geweest die van de heldhaftigheid van de liefde hebben getuigd tot en met de gave van hun eigen leven. Maar de tijd zal komen dat de overwinning van de liefde duidelijk zichtbaar zal zijn. De christenen, die nu zien als in een spiegel, zullen het gelaat van de Heer “van aangezicht tot aangezicht” zien, zoals Paulus tegen de Korintiërs zegt (1 Kor 13, 12).

Gebed in de kersttijd

Advertenties