Dinsdag 1 januari

Feest van Maria, Moeder van God
Gebed voor de vrede in de wereld en voor het einde van alle oorlogen

Nu 6, 22-27; Ps 66; Gal 4, 4-7; Lc 2, 16-21

Haastig gingen ze erheen en vonden Maria en Jozef, en het kind dat in de voerbak lag. 17 Toen ze het zagen, maakten ze bekend wat hun over dit kind was gezegd. 18 Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat hun door de herders werd gezegd. 19 Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. 20 De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd. Naamgeving van Jezus. 21 Een week later, toen de tijd gekomen was dat Hij besneden moest worden, kreeg Hij de naam Jezus, die door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen.

De liturgie nodigt ons vandaag met een grote tederheid uit om naar Maria te kijken en haar te vieren als Moeder van God. Zeven dagen zijn verstreken sinds Kerstmis. We hebben onze blik gericht op dit pasgeboren kind en op alle kleinen en zwakken in deze wereld. Vandaag voelt de kerk de nood om naar Maria te kijken en haar te vieren. We treffen haar nooit alleen aan: ze heeft altijd Jezus in haar armen. Als de herders in Betlehem kwamen “vonden ze Maria en Jozef en het pasgeboren kind”. Het is een mooi beeld: Jezus die niet meer in de kribbe ligt, maar in de armen van Maria. Zij stelt Hem voor aan de herders en zij blijft Hem voorstellen aan de nederige leerlingen van elke tijd. Het beeld van Maria met Jezus op haar schoot of in haar armen is een van de meest vertrouwde en tedere beelden van het mysterie van de menswording. Het is de icoon van Maria, Moeder van Jezus, maar ook het beeld van de kerk en van elke gelovige: de Heer met tederheid omarmen en Hem tonen aan de wereld. De herders keren terug, terwijl ze de Heer loven en verheerlijken. Ook wij hebben Jezus in onze gedachten en in ons hart, en tonen Hem aan de wereld. Dit beeld bevat heel het leven van de christenen. Paus Franciscus heeft gelijk wanneer hij zegt dat christenen altijd ‘naar buiten gaan’: weg van zichzelf gaan om dichter bij de Heer te komen, de grot te verlaten om met iedereen te spreken. Misschien moeten we ons vandaag de vraag stellen of er ‘herders’ zijn – laten we niet vergeten dat elke gelovige herder is voor zijn broers en zussen – die aan anderen de vreugde kunnen overbrengen van de ontmoeting met dat kindje en zijn moeder.Het is een traditie dat de kerk zich op de eerste dag van het jaar in gebed verenigt om de vrede af te smeken. Het is als het ware een verbreding naar de hele wereld, naar de familie van de volkeren, van het zegengebed dat we in het boek Numeri hebben gehoord: “Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken!” Het is nodig dat de Heer zijn blik verruimt naar de volkeren. Spijtig genoeg vermenigvuldigen de conflicten zich en dus moeten wij ons gebed om vrede vermenigvuldigen. We weten dat de vrede een volgehouden inzet van mensen vraagt, maar ook dat zij bovenal een gave uit den hoge is, vrucht van de Geest van liefde die in het hart van de mensen werkzaam is. Bij het begin van dit jaar staan we stil bij de zang van de engelen in de Kerstnacht: “Vrede op aarde onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft” (14). Dat is ons gebed bij het begin van het nieuwe jaar.

Gebed in de kersttijd

Advertenties