Donderdag 6 December

Gedachtenis van de heilige Nicolaas (+ 343) van wie de relikwieën zich bevinden in Bari. Hij werd bisschop in Mira in Klein-Azië (het huidige Turkije); hij wordt vereerd in heel het Oosten. Gedachtenis van alle christenen die in het Oosten wonen.

Js 26, 1-6.

Op die dag zal men in Juda dit lied zingen:
‘Wij hebben een sterke stad, haar muren en wallen zijn onze redding.
2 Open de poorten:
laat het volk binnen dat rechtvaardig is
en de trouw heeft bewaard.
3 Met standvastigheid handhaaft U de vrede,
omdat men op U vertrouwt.
4 Vertrouw voor altijd op de heer,
want de heer is een eeuwige rots.
5 Hij haalt degenen die in de hoogte wonen neer,
Hij sloopt hun steile burcht,
Hij sloopt ze tot aan de grond en smakt ze in het stof.
6 De voeten van de armen,
de stappen van de geringen
lopen eroverheen.’

Laat het volk binnen dat rechtvaardig is en de trouw heeft bewaardDeze bladzijde is een lof- en danklied. De reden van de vreugde en de dankbaarheid is dubbel: enerzijds de verwoesting van de “steile burcht”, Babylonië, symbool van de hoogmoed en de arrogantie van de machtigen die de zwakken verpletteren, en anderzijds de bouw van een “sterke stad”, Jeruzalem, die het volk ontvangt dat de trouw aan de Heer heeft bewaard. De stad die de Heer heeft gebouwd heeft standvastige en onneembare muren. Daarom worden de gelovigen opgeroepen om alleen op de Heer te vertrouwen: “Vertrouw voor altijd op de Heer, want de Heer is een eeuwige rots”. Het vertrouwen van de gelovige baseert zich op de rots van Gods liefde, zeker niet op zichzelf of op de standvastigheid van de eigen muren. Veel te vaak vergeten wij dit. Instinctief zijn wij geneigd om alleen op onszelf te vertrouwen, op onze zekerheden, en denken we dat we zo ons geluk verdedigen, onze grenzen, ons verworven bezit. En we bouwen nieuwe barrières die zorgen dat wij onze broers en zussen afwijzen en de armen en de zwakken van ons afkeren. De profeet roept ons op om de deuren van onze stad – en van ons hart – altijd open te hebben. Als paus Franciscus aandringt om naar buiten te gaan, naar allen, sluit hij daarmee aan bij dit Bijbelse perspectief van de altijd open deur, zowel om de gelovigen naar buiten te laten gaan naar allen, als om ieder die in nood is binnen te laten in de stad. De stad wordt de plaats waar het volk van de nederigen en het volk van de armen wonen, twee verenigde en onafscheidelijke volkeren. De gelovigen en de armen bewonen gezamenlijk deze stad, die weliswaar uit de hemel komt, maar al op aarde moet beginnen. De interne verdeeldheid heeft desastreuze consequenties. De profeet schrijft: “Hij haalt degenen die in de hoogte wonen neer, Hij sloopt hun steile burcht, Hij sloopt ze tot aan de grond en smakt ze in het stof”. De afstand tot de armen is de afstand tot God. Het beeld van de stad die gesloopt is en in het stof ligt, is hard maar waar. Gods revolutie moet aanvaard worden, zoals gebeurt met Jezus. Maria van Nazaret bezingt hoe God de logica van deze wereld omkeert: “Hij heeft de kracht van zijn arm getoond, wie zich verheven waanden, heeft Hij uiteengeslagen. Machthebbers heeft Hij van hun troon gehaald, geringen gaf Hij een hoge plaats” (Lc 1, 51-52).

Gebed voor de kerk

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s