Maandag 31 december

Dankzegging aan de Heer voor het voorbije jaar

1 Joh 2, 18-21. Het is het laatste uur, het moment van beslissing

Kinderen, het is het laatste uur. U hebt gehoord dat de antichrist moet komen. Inderdaad, er zijn nu al vele antichristen opgestaan, en daardoor weten wij dat het laatste uur is aangebroken. 19 Zij zijn uit ons midden voortgekomen, maar zij behoorden niet werkelijk tot ons. Hadden zij tot ons behoord, dan waren zij bij ons gebleven; maar het moest duidelijk worden dat zij geen van allen bij ons horen. 20 Ook u bent gezalfd door de Heilige, u allen weet dat. 21 En ik schrijf u niet omdat u de waarheid niet zou kennen, maar juist omdat u haar kent en omdat de leugen onverenigbaar is met de waarheid.

We zijn aan het eind van het jaar. De eerste brief van Johannes begint met de uitspraak dat dit “het laatste uur” is. Een oude traditie nodigt ons uit om het Te Deum te zingen, het oude lied van dankzegging voor de dagen die de Heer ons gegeven heeft. We weten dat het om een arbitraire datum gaat. Toch is het goed om ons te herinneren dat de tijd geen willekeurig aspect van het menselijk bestaan is, en dat onze dagen niet eindeloos zijn. De dagen en jaren gaan voorbij. Aan ons wordt gevraagd om ze niet te verspillen, om ze niet weg te gooien. We moeten ze beleven in de aanwezigheid van God. De geschiedenis is geen leeg omhulsel. Het is de plek waar we verlost worden, de plek waar de hevige strijd tussen goed en kwaad plaatsvindt, de strijd tussen de vrijheid van de liefde en de slavernij van de zonde. De apostel Johannes benadrukt deze strijd door de valse profeten te identificeren met de antichrist. Het is het laatste uur, het moment van de ultieme veldslag. In het evangelie waarschuwt Jezus de leerlingen meerdere malen voor het “einde der tijden”, het laatste uur. De evangelist Marcus beschrijft het discours waarin Jezus waarschuwt: “Er zullen valse messiassen en valse profeten opstaan en ze zullen tekenen en wonderen laten zien, om, als het mogelijk zou zijn, de uitverkorenen op een dwaalspoor te brengen” (Mc 13,22). In de taal van het Nieuwe Testament betekent de uitdrukking ‘het laatste uur is gekomen’ niet dat de geschiedenis ten einde loopt, maar dat het moment van de beslissing is gekomen, van de definitieve keuze voor Jezus en zijn evangelie, die ieder moet maken. Elke generatie christenen, elke gelovige, is geroepen om definitieve keuzes te maken, om volhardend te blijven staan naast Jezus en de taak te volbrengen die ons gegeven is om de wereld te veranderen en het rijk van liefde en vrede dichterbij te brengen. Deze keuze kunnen we niet uitstellen tot een ander moment. We weten niet of er andere momenten zullen komen. Johannes schrijft bedroefd over de valse profeten: “Zij zijn uit ons midden voortgekomen, maar zij behoorden niet werkelijk tot ons”. Ze zijn niet “gezalfd door de Heilige”, ze hebben niet de Geest van Jezus. Het is niet genoeg om fysiek in de gemeenschap van de gelovigen te staan. We moeten de Geest ontvangen die de gemeenschap bezielt, en innerlijk betrokken zijn. Dit is wat het betekent de wijsheid van het evangelie te bezitten. De apostel roept op om te volharden in het evangelie, om in gemeenschap te blijven met de Vader. Laten we, nu dit jaar ten einde loopt en een nieuw jaar begint, de Heer danken voor de tijd die ons gegeven is. Laten we God om hulp vragen om ons te laten leiden door zijn woord in het jaar dat komt. Moge dat woord het licht zijn op ons pad. Gebed in de kersttijd

Advertenties

Zondag 30 december

Feest van de heilige familie
Gedachtenis van Laurindo (+ 1989) en Madora (+ 1991), jonge Mozambikanen van de Gemeenschap van Sant’Egidio, die slachtoffer werden van de oorlog. Met hen gedenken we alle jongeren die in conflicten of door geweld om het leven kwamen.

1 S 1, 20-22.24-28; Ps 83; 1 Joh 3, 1-2.21-24; Lc 2, 41-52

Elk jaar trokken zijn ouders voor het paasfeest naar Jeruzalem. 42 Toen Hij twaalf was geworden gingen ze weer, gewoontegetrouw. 43 Toen de feestdagen voorbij waren en ze naar huis terugkeerden, bleef het kind Jezus in Jeruzalem achter, zonder dat zijn ouders het wisten. 44 In de veronderstelling dat Hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze Hem gingen zoeken bij familie en kennissen. 45 Maar toen ze Hem niet vonden, keerden ze naar Jeruzalem terug om Hem daar te zoeken. 46 Pas na drie dagen vonden ze Hem in de tempel; Hij zat er midden tussen de rabbi’s, luisterde naar hen en stelde hun vragen. 47 Allen die Hem hoorden, stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden. 48 Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan. Zijn moeder zei: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.’ 49 Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie mij gezocht? Wisten jullie niet dat ik bij mijn Vader moest zijn?’ 50 Maar zij begrepen deze uitspraak niet. 51 Hij ging met hen mee naar Nazaret, en schikte zich naar hen. Zijn moeder bewaarde alles in haar hart. 52 Jezus werd een wijs en volwassen man, die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen.

Slechts enkele dagen na Kerst brengt de liturgie ons naar Nazaret om deze unieke familie te ontmoeten. Ook Jezus heeft een familie nodig, de zorg van een vader en van een moeder. De familie van Jezus is een gewoon gezin van mensen die leven van het werk van hun handen, dus niet behoeftig en niet rijk. In elk geval is er diepgang en staat Jezus centraal in deze familiekern. Hij is de ‘schat’ van dit gezin. Maria en Jozef hebben Hem ontvangen, verzorgen Hem en zien Hem opgroeien in hun midden, ja, in hun hart, en zo groeit hun affectie en hun begrip. Daarom is deze familie heilig: omdat Jezus er centraal staat. De ongerustheid die ze voelen wanneer ze de twaalfjarige Jezus niet kunnen vinden moet ook onze ongerustheid zijn wanneer wij ver van Hem zijn. Wij brengen vaak langer door dan drie dagen dat we de Heer vergeten, het evangelie niet lezen, en de behoefte aan zijn vriendschap niet voelen. Maria en Jozef komen in beweging en vinden Hem niet tussen familie en kennissen – het is moeilijk om Hem daar te vinden – maar in de tempel, tussen de rabbi’s.Jezus spreekt ook tot ons, volwassen mensen die vaak verhard zijn door onze gewoontes. Hij leert ons de belangrijkste les: wij zijn allen kinderen van God. Hij leert ons dit al vanaf zijn kindertijd, al vanaf de eerste bladzijden van het evangelie. Hij herhaalt het tot aan het einde, op het kruis, waar Hij zich als kind geheel overgeeft aan de Vader. De evangelist vertelt hoe Jezus “een wijs en volwassen man” werd, “die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen”. Ook wij moeten groeien in de wijsheid en de liefde van Jezus. Het dorp Nazaret in de periferie van Galilea, waar de heilige familie een gewoon leven leidt, staat symbool voor het leven van de leerling die de Heer in zijn eigen hart en in zijn eigen leven ontvangt, koestert, en laat groeien. Het is niet toevallig dat Nazaret ‘zij die bewaart’ betekent. Nazaret is Maria, zij die alles in haar hart bewaart. Nazaret is het vaderland en de roeping van elke leerling. Ook wanneer de wereld blijft zeggen: “Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen”.

Gebed in de kersttijd

Zaterdag 29 December

Gedachtenis van de heilige profeet David. Aan hem worden enkele psalmen toegeschreven. Reeds eeuwenlang voeden de psalmen het gebed van joden en christenen. Gedachtenis van de heilige Thomas Becket (+ 1170), verdediger van de gerechtigheid en van de waardigheid van de kerk.

1 Joh 2, 3-11. Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht

Hoe weten wij dat we God kennen? Doordat we ons houden aan zijn geboden. 4 Wie zegt dat hij Hem kent, maar zich niet houdt aan zijn geboden, is een leugenaar; in zo iemand woont de waarheid niet. 5 Maar in een mens die Gods woord bewaart, heeft zijn liefde werkelijk haar volmaaktheid bereikt; daardoor weten we zeker dat we in Hem zijn. 6 Wie zegt dat hij met God verbonden is, moet zelf leven zoals Jezus geleefd heeft. 7 Geliefden, niet over een nieuw gebod schrijf ik u, maar over een oud gebod, dat u vanaf het begin hebt gehad. Het oude gebod is het woord dat u hebt gehoord. 8 Toch is het ook weer een nieuw gebod, dat werkelijkheid is in Hem en in u, want de duisternis gaat voorbij en het waarachtige licht schijnt reeds. 9 Wie zegt in het licht te wonen maar zijn broeder haat, die woont nog steeds in duisternis. 10 Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val. 10 Kinderen, ik schrijf u dit met de bedoeling dat u niet zou zondigen. Maar ook al zou iemand zonde doen: we hebben een helper bij de Vader, Jezus Christus, die rechtvaardig is, 11 Maar wie zijn broeder haat, woont in duisternis. Hij tast in het donker en weet niet waarheen zijn weg hem voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt.

In dit gedeelte uit de eerste brief van de apostel Johannes horen we de woorden van liefde die voortvloeien uit het mysterie van de geboorte van Jezus. De evangelist verwijst hier ook naar in het gesprek met Nikodemus: “Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit” (Joh 3,16). Er is een verlangen naar verlossing diep in het hart van iedere mens, een verlangen dat ons onrustig maakt. Maar deze onrust is de eerste stap om uit onszelf te treden. De apostel Johannes wijst ons een eenvoudige weg om de Heer te leren kennen. Het is niet het leveren van uitzonderlijke prestaties, maar het eenvoudige gehoorzamen van zijn geboden. Wie het woord van God hoort en het in praktijk brengt, is in God. Johannes schrijft zelfs: in hem “heeft zijn liefde werkelijk haar volmaaktheid bereikt”. Het zijn niet onze eigenschappen die ons volmaakt maken; het is de liefde die God zelf ons geeft die volmaakt is. Wie die liefde ontvangt, leeft op volmaakte wijze, omdat hij geleid wordt door de liefde van God. Kerst is de liefde van God die vlees wordt. Met Jezus is “het waarachtige licht” verschenen, waardoor aan de duisternis in de wereld een einde komt en een nieuwe geschiedenis begint. Het licht van de liefde van God spoort ons aan om iedereen lief te hebben, zonder uitzondering, zelfs onze vijanden. Wie deze liefde niet ontvangt en beleeft, blijft ‘in het donker en weet niet waarheen zijn weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt’. Het evangelie van de liefde is het echte goede nieuws dat de wereld verandert.Gebed in de kersttijd

Gedachtenis van de heilige profeet David. Aan hem worden enkele psalmen toegeschreven. Reeds eeuwenlang voeden de psalmen het gebed van joden en christenen. Gedachtenis van de heilige Thomas Becket (+ 1170), verdediger van de gerechtigheid en van de waardigheid van de kerk.1 Joh 2, 3-11. Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het lichtIn dit gedeelte uit de eerste brief van de apostel Johannes horen we de woorden van liefde die voortvloeien uit het mysterie van de geboorte van Jezus. De evangelist verwijst hier ook naar in het gesprek met Nikodemus: “Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit” (Joh 3,16). Er is een verlangen naar verlossing diep in het hart van iedere mens, een verlangen dat ons onrustig maakt. Maar deze onrust is de eerste stap om uit onszelf te treden. De apostel Johannes wijst ons een eenvoudige weg om de Heer te leren kennen. Het is niet het leveren van uitzonderlijke prestaties, maar het eenvoudige gehoorzamen van zijn geboden. Wie het woord van God hoort en het in praktijk brengt, is in God. Johannes schrijft zelfs: in hem “heeft zijn liefde werkelijk haar volmaaktheid bereikt”. Het zijn niet onze eigenschappen die ons volmaakt maken; het is de liefde die God zelf ons geeft die volmaakt is. Wie die liefde ontvangt, leeft op volmaakte wijze, omdat hij geleid wordt door de liefde van God. Kerst is de liefde van God die vlees wordt. Met Jezus is “het waarachtige licht” verschenen, waardoor aan de duisternis in de wereld een einde komt en een nieuwe geschiedenis begint. Het licht van de liefde van God spoort ons aan om iedereen lief te hebben, zonder uitzondering, zelfs onze vijanden. Wie deze liefde niet ontvangt en beleeft, blijft ‘in het donker en weet niet waarheen zijn weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt’. Het evangelie van de liefde is het echte goede nieuws dat de wereld verandert.

Gebed in de kersttijd

Vrijdag 28 December

Gedachtenis van de heilige onschuldige kinderen. Gebed voor allen die als slachtoffer van geweld sterven vanaf de moederschoot tot op hoge ouderdom.

Mt 2, 13-18. De moord op de onschuldige kinderen

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’
14 Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte,
15 en bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden wat door de Heer bij monde van de profeet gezegd is:
Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.
16 Toen Herodes zag dat hij door de magiërs misleid was, werd hij woedend. Hij liet in Betlehem en heel de omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger ombrengen, overeenkomstig de tijd die hij van de magiërs had gehoord. 17 Toen werd vervuld wat bij monde van de profeet Jeremia gezegd is: 18 In Rama werd een stem gehoord,
een hevig gejammer en geklaag.
Rachel jammert om haar kinderen,
en ze wil niet getroost worden,
want ze zijn er niet meer.

De kerk van het Oosten en die van het Westen eren de heilige onschuldige kinderen, gedood door Herodes, die Jezus uit de weg wilde ruimen. “Ze kunnen nog niet praten en reeds belijden ze Christus! Ze zijn nog niet tot strijden in staat en toch dragen ze triomferend de palm van het martelaarschap,” zo zingt een oude kerkvader. De wreedheid van Herodes is onthutsend. De vrees om de macht te verliezen drijft hem tot ongehoorde wreedheid, ook al gaat het om een klein kind. Herodes lijkt wel de gewelddadige macht van het kwaad in eigen persoon. In zijn hart huist een moordende razernij die lijden, geween, kreten en geklaag veroorzaakt. Herodes wil tegen elke prijs zijn macht redden, ook als hij daarvoor een moordpartij moet aanrichten. De kracht van het kwaad wordt gedwarsboomd door Jozef, die geen enkele macht bezit, maar die alleen door zijn geloof sterk is. Nogmaals luistert Jozef naar de engel en gehoorzaamt hij aan diens woord: “Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte”. Deze bladzijde van het evangelie is niet zomaar iets van het verleden: ook vandaag duurt de moord op de kleinen en de weerlozen verder. Miljoenen kinderen worden gedood door honger en ziekte; velen zijn slachtoffer van geweld, roof en uitbuiting. En hoeveel kinderen sterven vandaag niet op de vlucht voor oorlog en conflicten? Hoeveel wrede onverschilligheid heerst er niet bij wie er niet in slagen mee te leven met deze kleinen die we mogen beschouwen als ‘nieuwe onschuldige martelaren’! Dit is een verschrikkelijke plaag die heel de wereld treft. De verontwaardiging over deze wreedheid moet dringend toenemen. Er zijn christenen en mensen van goede wil nodig die vandaag, zoals Jozef toen, luisteren naar de engel van de Heer en de kleinen en zwakken bij zich nemen om ze te redden van de moordende kracht van het kwaad en zijn dwaze dienaren.

Gebed in de kersttijd

Donderdag 27 December

Gedachtenis van de heilige Johannes, apostel en evangelist, “de leerling van wie Jezus hield” en die onder het kruis Maria als zijn moeder bij zich ontving.

Joh 20, 2-8. Johannes en Petrus rennen naar het lege graf

IJlings liep ze naar Simon Petrus en de andere leerling, die van wie Jezus hield. ‘Ze hebben de Heer uit het graf gehaald’, zei ze. ‘Wisten we maar waar ze Hem hebben neergelegd!’ 3 Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. 4 IJlings liepen de twee er samen naartoe, maar de andere leerling liep harder dan Petrus en kwam het eerst bij het graf aan. 5 Hij wierp er een blik in en zag dat de linnen doeken er nog lagen. Maar hij ging niet naar binnen. 6 Toen kwam ook Simon Petrus, na hem, bij het graf aan en ging meteen naar binnen. Hij zag hoe de doeken er nog lagen, 7 maar ook hoe de doek die zijn hoofd had bedekt, niet bij de andere doeken lag: hij was opgerold en lag helemaal apart. 8 Toen pas ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf was aangekomen, naar binnen. Hij zag en kwam tot geloof.

Johannes was een van de eerste vier leerlingen die Jezus geroepen had aan de oever van het meer van Tiberias, om vier uur ‘s middags. Hoe zou Johannes deze ontmoeting kunnen vergeten? Hij herinnert zich ook het moment waarop hij met Andreas, de broer van Petrus, aan de oevers van de Jordaan naar Johannes de Doper stond te luisteren. De woorden van die profeet over Jezus, “zie het lam Gods”, raakten hen diep. Ze lieten Johannes de Doper achter om Jezus te volgen. Vanaf dat moment werd Johannes leerling van Jezus. De hele middag verbleven ze bij Hem. Dit moment tekende zijn leven en dat van Petrus. Volgens de traditie is hij “de leerling van wie Jezus hield”. Tijdens het Laatste Avondmaal is hij de enige die zijn hoofd op Jezus’ schouder mag leggen. Samen met Petrus en Jakobus vergezelt hij ook Jezus tijdens diens doodsstrijd in de hof van Olijven. Maar zoals de andere leerlingen slaat ook hij op de vlucht. Hij keert daarna echter op zijn stappen terug en gaat onder het kruis staan, waar Jezus hem vraagt om voor Maria te zorgen. ’s Morgens vroeg met Pasen rent hij met Petrus naar het graf. Hij is jonger dan Petrus en komt als eerste bij het graf, ziet de doeken op de grond liggen, maar gaat niet naar binnen. Hij wacht op Petrus, die ouder is dan hij. De kerkvaders schrijven hierover: de liefde rent sneller en komt als eerste aan. Desondanks wacht Johannes tot zijn broer toekomt, om samen de graftombe te betreden. Je loopt niet alleen. Johannes had van Jezus geleerd dat Hij zijn leerlingen altijd “twee aan twee” uitstuurde. Ook die ochtend gingen ze samen naar het graf. Johannes ging naar binnen, “zag en kwam tot geloof”. Hij begreep dat het lichaam van Jezus niet was weggehaald – omdat er doeken lagen op de plaats waar Hij was neergelegd – en kwam tot geloof. Zijn getuigenis, dat volgens de traditie in het vierde evangelie en in de ‘brieven van Johannes’ opgetekend is, draait helemaal rond de prediking van de liefde voor God en die voor je broers en zussen als kern van de boodschap van de Meester. Het verhaal gaat dat Johannes, toen hij oud was, op een stoel in de samenkomst van de christenen werd binnengedragen en steeds het gebod van de liefde bleef herhalen. Toen men hem vroeg waarom hij dat deed, zei hij: “Omdat dat het gebod van de Heer is! Dat gebod in praktijk brengen, is het enige wat telt”.

Gebed in de kersttijd

Woensdag 26 December

Gedachtenis van de heilige Stefanus, diaken, eerste martelaar.

Mt 10, 17-22. De vervolging van de leerlingen

Pas op voor de mensen, want ze zullen je uitleveren aan rechtbanken, en in hun synagogen zullen ze je geselen. 18 Men zal jullie voor landvoogden en koningen brengen omwille van Mij, als een getuigenis voor hen en de heidenen. 19 Wanneer ze jullie uitleveren, maak je dan geen zorgen over hoe je zult spreken en wat je zult zeggen. Want op dat uur zal jullie ingegeven worden wat je moet zeggen. 20 Want jullie zijn het niet die spreken, maar het is de Geest van je Vader die in jullie spreekt. 21 De ene broer zal de andere aan de dood uitleveren, en een vader zijn kind, en kinderen zullen tegen hun ouders in verzet komen en hen ter dood brengen. 22 Jullie zullen door iedereen gehaat worden vanwege mijn naam. Wie volhardt tot het einde, die zal gered worden.

We hebben zopas het heilig mysterie gevierd van de geboorte van Jezus. God is kind geworden om ons te redden. Vandaag doet de liturgie ons de geboorte in de hemel van de eerste christelijke martelaar, Stefanus, herinneren Hij is de eerste rijpe vrucht van de verkondiging van het evangelie van de liefde, die liefde die God zelf ertoe heeft gebracht zijn Zoon op aarde te zenden en zijn tent in ons midden op te slaan. In deze tijd, vanaf vandaag, toont de kerk ons, via de gedachtenis van verschillende getuigen, wat het doel is van de menswording van de Zoon van God: de mensen naar de hemel voeren van de liefde die geen einde kent. Het evangeliefragment dat de liturgie ons aanreikt, is een deel van de zendingsrede van Jezus tot de twaalf: “Bedenk wel: Ik stuur jullie als schapen tussen wolven”. De leerlingen begrijpen onmiddellijk de woorden van de Meester en worden bezorgd. Maar Hij stelt hen gerust. Hij zal altijd bij hen zijn en zijn Geest zal hen ondersteunen. Stefanus is de eerste der martelaren, het eerste lam dat geslachtofferd wordt, in navolging van de Meester. Samen met Paulus was Stefanus leerling in de school van Gamaliël. Stefanus sloot zich aan bij de prediking van de apostelen en werd daarna voor de dienst van de naastenliefde gekozen als een van de zeven diakens. Hij was “door God rijk begunstigd met kracht [en] deed grote wonderen onder het volk,” (Hnd 6, 8) zo verhalen de Handelingen. Hij kon niet zwijgen over het evangelie dat hij ontvangen had en dat zijn leven had veranderd. Hij week niet toen de tegenstand en het geweld op hem neerkwamen. Hij liet zich niet intimideren door bedreigingen. Naar het voorbeeld van zijn Meester vroeg hij aan God, terwijl hij gestenigd werd, om zijn geest te aanvaarden en om zijn vervolgers vergiffenis te schenken. Stefanus, de eerste martelaar van de christelijke geschiedenis, voert de stoet aan van allen die, in welke tijd en op welke plaats ook, getuigd hebben en blijven getuigen van het evangelie tot en met het uiterste offer, namelijk dat van hun eigen leven. Allen die “de hemelen open zagen en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand”, zien nu God “van aangezicht tot aangezicht”. Ons laten ze een kostbaar voorbeeld van hoe we het evangelie kunnen beluisteren om Jezus te volgen. Ze laten ons zien dat het zonder ‘heldhaftigheid’ niet mogelijk is om leerlingen van Jezus te zijn.

Gebed in de kersttijd

Dinsdag 25 December

Kerstmis van de Heer

Js 62, 11-12; Ps 96; Tit 3,4-7; Lc 2, 15-20

Toen de engelen weer van hen waren weggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Kom, we gaan naar Betlehem om te zien wat er is gebeurd en ons door de Heer is bekendgemaakt.’ 16 Haastig gingen ze erheen en vonden Maria en Jozef, en het kind dat in de voerbak lag. 17 Toen ze het zagen, maakten ze bekend wat hun over dit kind was gezegd. 18 Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat hun door de herders werd gezegd. 19 Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. 20 De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.

Het evangelie van Kerstmis laat de woorden van de engel aan de herders weerklinken: “Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer”. En de herders gaan “haastig” op weg naar dit kind. Wij zijn geroepen ons te verenigen met die herders. We moeten onze trots achter ons laten en met hen op weg gaan, naar het kind dat ligt in een voederbak en in doeken gewikkeld is. Het is God zelf die uit de hemel is neergedaald. Hij wil ons betrekken in zijn plan van verlossing. Met dit kind begint een nieuwe geschiedenis, die aanvangt bij deze kleine groep herders, nederige en verachte mensen.Het kerstfeest vraagt ons om opnieuw geboren te worden met het kind, zodat velen opnieuw hoop zullen vinden door dit kind in wie “de goedheid en mensenliefde van God onze redder is verschenen”, zoals de apostel aan Titus schrijft. Met Kerst, in de nacht van een onmenselijke wereld, zijn de goedheid en de mensenliefde van God verschenen. De goedheid en mensenliefde van God schijnen als het licht dat Jesaja aankondigde: “Het volk dat ronddwaalt in het donker, ziet een helder licht… Uitbundig laat U hen juichen en U overstelpt hen met vreugde”. We worden overstelpt met vreugde wanneer we ons hart laten raken door dit kind. We zien deze vreugde in de mooie traditie van de kerstmaaltijden waarin al tientallen jaren de armen, zwakken, bejaarden, zieken en eenzamen samenkomen aan tafel. Het is Jezus zelf die hen uitnodigt aan tafel. Hierom is Hij uit de hemel neergedaald. Hij die zelf de bitterheid ervaren heeft van de ongastvrijheid opent voor hen zijn eigen huis op de dag van zijn geboorte. De vreugde van Kerst is echt “een grote vreugde voor het hele volk”. Laten we onze angst achterlaten en dit kind met ons meedragen de wereld in, God verheerlijkend en lovend. In het gelaat van de zwakken en de armen zullen we het gelaat van dit kind herkennen. Zo groeit een volk van nederigen en armen dat aan iedereen de grootheid van de barmhartigheid van God bekend maakt.

Gebed in de kersttijd